Tiny Tina’s Wonderlands

Tiny Tina’s Wonderlands

Dungeons, dragons en vooral veel wapens

Na drie volwaardige Borderlands-games, wat uitbreidingen en een Telltale-spin-off moet Gearbox zich achter de oren hebben gekrabt. Hoe kun je een game als Borderlands fris houden als het belangrijkste idee ‘schiet op vijanden, krijg nieuwe wapens’ is? Het antwoord van de Texaanse studio is Dungeons & Dragons, maar dan natuurlijk wel op de Borderlands-manier in Tiny Tina’s Wonderlands.

Voor wie Borderlands 2 heeft gespeeld, zal de setup van Tiny Tina’s Wonderlands niet vreemd in de oren klinken. Net als tijdens de Assault on Dragon Keep-dlc uit 2013, zitten we ook nu weer klaar voor een potje Bunkers & Badasses: de Borderlands-variant van het alom bekende Dungeons & Dragons. Dit keer is het verhaal echter grootser, bombastischer en meer op zichzelf staand met natuurlijk Tiny Tina als je Bunker-master.

Eenmaal een newbie, altijd een newbie

Zoals de Borderlands-serie betaamt, is het ook in Tiny Tina’s Wonderlands vanaf de eerste minuut complete chaos. We maken kennis met de cast, net op het einde van een potje Bunkers & Badasses waarbij het drietal de Dragon Lord weet te verslaan samen met Butt Stallion – de bekende eenhoorn gemaakt van kristal. De Dragon Lord wordt verslagen, het spel is afgelopen en dus komt de alom bekende vraag: “Nog een potje doen?”

Een nieuw avontuur begint en dit keer ben jij als Newbie de hoofdpersoon. Jij wordt verkozen als Fatemaker en betreedt de Wonderlands als held van dit avontuur. Hierbij leren we de Wonderlands voor het eerst pas echt goed kennen, al wordt het vrij snel duidelijk dat dit verhaal anders gaat lopen dan voorgaande potjes Bunkers & Badasses. Hoewel wij als spelers van het spel nieuwe avonturen ervaren als een nieuw potje, is het voor de bewoners van de Wonderlands een cyclus die iedere paar honderd jaar weer opnieuw begint. Iets waar sommige inwoners nu wel een keer klaar mee zijn.

Zo ontvouwt er gedurende zo’n twintig uur een magisch en hilarisch avontuur waarbij je een compleet nieuwe wereld ontdekt vol gestoorde personages, inclusief wat bekende koppen- en stemmen. De bekende en altijd irritante stem van Tiny Tina wordt opnieuw ingesproken door Ashley Burch. Ditmaal horen we ook Andy Samberg als Valentine en Wanda Sykes als Frette, jouw bondgenoten in de strijd. Bovendien doet Will Arnett een stevige duit in het zakje als de duivelse en heerlijk sarcastische Dragon Lord.

https://www.youtube.com/watch?v=3gJgj2ngCyA

Voor vijf minuten lijkt het niet op Borderlands

Wanneer je voor het eerst echt de Wonderlands betreedt, lijkt het heel even niet direct op de Borderlands-games zoals we die kennen. Natuurlijk staat Tiny Tina continu in je oor te schreeuwen en herken je het grafische stijltje, maar duwt de game je een zwaard in je handen en krijg je toegang tot een magische spreuk. Zelfs het eerste reguliere wapen dat valt is een semi-automatische kruisboog. ‘Verandering’ denk je misschien nog, maar deze schijn duurt maximaal vijf minuten.

Binnen de kortste keren vallen de automatische aanvalsgeweren, shotguns en raketwerpers als regendruppels uit de hemel en verdwijnt alle illusie dat je niet in een Borderlands-game zit. Het is leuk dat je dit keer een zwaard, bijl of morgenster als melee-wapen hebt en een spreuk in plaats van een granaat, maar niets kan of zal het geheim verbloemen dat dit in de kern gewoon Borderlands is. Dat is misschien ook wel het sterkste en het zwakste punt van de gamel: het is en blijft een Borderlands-game. 

Mocht je in het verleden tientallen, zo niet honderden uren aan plezier uit de Borderlands-games hebben gehaald, dan zal Tiny Tina’s Wonderlands in jouw ogen ook weinig fout doen. Maar sta je aan de andere kant van het spectrum, dan zal Tiny Tina’s Wonderlands daar vermoedelijk weinig aan veranderen. Niet dat de game het niet probeert, want het probeert wel degelijk anders te zijn dan zijn voorgangers.

Geen voorgeprogrammeerde helden

De eerste directe verandering die je ontdekt – nog voordat je avontuur is begonnen – is dat Wonderlands afstapt van het ‘vier archetypen’-systeem die we de afgelopen drie games hebben gezien. Dit keer geen setje helden waaruit je kunt kiezen, maar een volwaardige character creator waarbij je zelf jouw held kunt samenstellen.

Daarmee krijg je niet alleen een unieke uitstraling, maar heb je ook de optie om je eigen class samen te stellen. Dit doet Wonderlands aan de hand van zes rollen. Denk daarbij aan de Clawbringer met een Wyvern-kompaan en een voorliefde voor vuur en elektrische magie, of de gluiperige Stabbomancer die magische zwaarden het veld op kan schieten om schade aan te richten.

Hoewel je personage het de eerste vijftien levels moet doen met een enkele rol, krijg je na level vijftien de mogelijkheid om hier een tweede aan toe te voegen en jouw stijl aardig op de schop te gooien. Zo verander je in no-time van reguliere held naar een maniak die al rennend vuurballen, zwaarden en donderstralen over het slagveld gooit.

Een klein eerbetoon aan JRPG’s

Een andere verandering die mijzelf aangenaam wist te verrassen is de toevoeging van een Overworld, zoals we die ook kennen van vroege JRPG’s. Geen eindeloos gewandel meer door de uitgestrekte vlaktes van Pandora, zoals in voorgaande games het geval was. In plaats daarvan verken je de spelwereld alsof je vanaf bovenaf op een spelbord kijkt – inclusief details als flessendopjes die dienen als brug en gevallen Chipito’s die jou de weg versperren. Het is een leuke knipoog naar de JRPG’s van vroeger en de chaotische sfeer die rondom Tiny Tina hangt.

Om spelers wel in de flow van de typische Borderlands-chaos te houden, introduceert Wonderlands ook random encounters. Loop door wat hoger gras – goh, waar zou dat naar verwijzen – en plots duikt er een vijand op. Reageer je snel genoeg, dan kun je deze een klap verkopen en een random encounter voorkomen. Ben je te langzaam, dan wordt je een arena ingesleurd en moet je een groepje vijanden ombrengen voordat je verder kunt.

Hoewel deze random encounters en de kleine dungeons die je in de Overworld ontdekt wat meer dynamiek zouden moeten bieden, halen ze voor mijn gevoel vooral de flow er juist uit. Je loopt door de wereld, komt een vijand tegen en dan moet je een paar tellen wachten voordat de arena is ingeladen. Dan verschijnen er vijanden, maar de arena’s zijn vaak net te groot, waardoor je telkens opzoek moet naar waar een enkele vijand rondzwerft. Pas wanneer de laatste vijand het loodje legt, wordt je weer uit de arena geteleporteerd en kan je avontuur weer verder. Het duurt allemaal net te lang en na je tiende dungeon is het wel welletjes.