Tunic

post
Kevin Rombouts op 6 april 2022
Tunic

Een schattig jasje verhult scherpe tanden

Tip: luister naar de rustgevende soundtrack terwijl je deze review leest.

Een kleurrijke wereld, weergegeven vanuit een isometrisch perspectief. Jij – een klein vosje – wordt wakker op een leeg strand met enkel nog wat kleren aan je lijf. Zonder enige kennis van waar je bent, begin je langzaam te ontdekken. Een verlaten dorp, een mysterieuze tempel en een vreemde taal begroeten je. Twee tikken van een willekeurig wezen later en het licht gaat uit – je bent dood en je avontuur begint opnieuw. De nieuwe maar langverwachte indiegame Tunic mag dan liefelijk ogen, maar het doet er alles aan om je op ieder moment een stevige uitdaging te bieden.

De eerste keer dat het noodlot je in Tunic weet te vinden, ontdek je direct dat er iets mysterieus aan de hand is. Je staat oog in oog een andere vos, maar die is wel twee keer zo lang als dat jij bent. Het voelt als een geest, maar bij nader inzien ben jij dat op dit moment ook. Wat de langere vos je duidelijk wil maken, blijft onduidelijk. Het licht gaat weer uit en het avontuur gaat verder – je kunt weer opnieuw beginnen.

Een mysterie in een vreemde taal

Met de informatie dat de andere wezens je absoluut niet te vriend willen houden, ga je opnieuw het avontuur aan. Beetje bij beetje leer je nieuwe informatie over de game, maar heel bewust houdt het team achter de game jou als speler in het donker. Dit is mede te danken aan het feit dat het merendeel van de tekst geschreven is in hiërogliefen die voor jou niet te begrijpen zijn. Enkel op basis van kleuren, patronen en af en toe een herkenbaar woord moet je uitzoeken wat je moet doen.

Informatie wordt je langzaam toegespeeld wanneer je de wereld van Tunic ontdekt: je verkent een nieuw gebied, ontdekt bij toeval een verborgen ruimte of komt een verstrooide pagina tegen. Deze pagina’s zijn cruciaal – voor de verandering vertellen ze niet een verhaal, maar vormen ze een handleiding. De vierde muur wordt daarmee op een vrij letterlijke manier gebroken. Het is niet alleen zo dat jij Tunic speelt; op ieder moment speelt Tunic ook met jou.

De pagina’s die je aantreft geven je steeds meer inzicht in wat jij als speler kunt doen. Hoe je bijvoorbeeld je wapens gebruikt, hoe bepaalde objecten werken of hoe je puzzels zou kunnen oplossen. De grap zit daarbij in het feit dat dit ook zaken kunnen zijn waar je al tientallen keren voorbij bent gewandeld, zonder dat je wist wat je ermee moest of zelfs kon doen.

A Link Between Souls

Hoeveel informatie je ook bezit in Tunic, je avontuur moet je regelmatig met de dood bekopen. Gelukkig duurt het nooit lang voordat je weer oog in oog staat met de vijanden die je eerder om het leven hebben gebracht. Naast dat Andrew Shouldice goed heeft gekeken naar wat hij zelf al “klassieke driehoek-zoekende games” noemde, haalt hij ook duidelijk inspiratie uit de games van From Software.

Met iedere dood komen de vijanden – met uitzondering van eindbazen – ook weer terug tot leven. Dit betekent dat je keer op keer oog in oog zult staan met vijanden waar je soms echt niet omheen kunt. Maar zelfs als je deze vijanden weet te verslaan, gunt de game je eigenlijk geen seconde rust. Ook ieder checkpoint dat je gebruikt om je gezondheid, magie en elixers op te laden brengt de vijanden weer terug tot leven. De vraag of je door moet gaan met het beetje leven dat je nog hebt of terug moet gaan om te herstellen zal vele malen in je hoofd afgewogen moeten worden.

Dat betekent niet dat de game uiteindelijk niet makkelijker wordt, al mag makkelijk eigenlijk tussen aanhalingstekens worden geplaatst. Gedurende je avontuur vind je upgrades – per toeval of bewust – die je sterker maken, meer opties in gevechten geven of je de mogelijkheid bieden wat makkelijker te ontsnappen. Denk aan een kristal om vijanden mee te bevriezen of meer elixers om het langer in gevechten uit te houden. Uiteindelijk zul je het allemaal nodig hebben; hoewel jij sterker wordt, worden latere gebieden ook steeds uitdagender.

Een puzzel verpakt in een puzzel verpakt in een puzzel verpakt…

Tunic voelt tijdens heel zijn speelduur als een matroesjka die je continu blijft verrassen. Iedere laag die je eraf haalt biedt nieuwe onthullingen, waardoor het ook ontzettend moeilijk is om de game neer te leggen. Zelfs wanneer je continu tegen muren op lijkt te botsen, biedt de game je altijd weer een sprankje hoop: een nieuwe pagina in de handleiding die iets uitlegt, een geheim dat je zelf ontdekt, een moeilijke vijand die je eindelijk weet te verslaan.

De spreekwoordelijke matroesjka die Tunic is, wordt alleen maar interessanter wanneer je ontdekt dat de game vol zit met geheimen en verrassingen. Zaken waar je al uren tegenaan kijkt, doorheen bladert en mee speelt blijken telkens weer nieuwe onthullingen te doen. Geheimen die je zult moeten ontrafelen om het maximale uit de game te halen en uiteindelijk het einde te ontdekken dat Shouldice voor je voor ogen heeft.

Het is dan ook ontzettend jammer dat het laatste popje in de matroesjka aanvoelt als een gapend gat. De wereld lijkt zo veel in huis te hebben, maar uiteindelijk voelt het alsof je aan het einde van de rit niet wijzer bent geworden. Wat brengt jou naar deze plek? Hoe is het geworden zoals het nu is? Wat doen de bizarre machines op het eiland? Het zijn vragen waar je zelf een antwoord op moet verzinnen – de game lijkt ze niet te geven.

Tunic
Een deel van de handleiding uit Tunic

Indie-game met een gouden randje

Tunic pakt je vast en laat je niet meer los – dat is precies wat de game zo sterk maakt. Wat daarbij ook zeker meehelpt is de algehele presentatie van de game. Hoewel de game snoeihard met je omgaat, oogt de gehele wereld zacht en lief. Zelfs de zwaarste vijanden hebben een knuffelfactor door de ronde designs en vrolijke kleuren, al lonkt een luguber ondertoontje continu als je weet waar je moet kijken.

Dit komt ook terug in de rustgevende muziek die op de achtergrond van de game speelt. Kalme beats leiden je door het verhaal heen, maar worden beklemmend en mysterieus op momenten dat je er eigenlijk niet op zit te wachten. Het is een indicatie dat de game meer voor je in petto heeft dan het op het eerste gezicht laat zien.

Het blijft dan ook een klein wonder dat het team achter Tunic uit slechts vijf mensen bestaat. De game doet het indie-genre met volle teugen eer aan en ik kan dan ook niet wachten waar het kleine team dat mee gaat opvolgen.