Waarom komt asociaal gamegedrag zo vaak voor?

Report en block

Waarom komt asociaal gamegedrag zo vaak voor?

Rage-quits, ruzies, reports…

Beeld: Photo by Florian Olivo on Unsplash

Heb jij na een reeks verloren potjes weleens een teamlid uitgescholden in Call of Duty? Zo ja, dan ben je niet de enige. Dit soort verhitte uitbarstingen zijn bijna niet meer weg te denken uit de hedendaagse gamecultuur. Hoe kan zo’n kleurrijk medium zo veel negativiteit opwekken?

Unity Technologies, het bedrijf achter de bekende Unity-engine, publiceerde in 2021 een verslag over asociaal (ofwel toxic) gamegedrag. Dit verslag toonde de omvang van het probleem aan: in een representatieve steekproef gaf maar liefst 72% van de 1167 ondervraagde multiplayer-gamers aan ervaring te hebben met asociaal gamegedrag. Het verslag gaat helaas niet in op de achterliggende oorzaken van dit hardnekkige probleem. Hoog tijd om daar zelf dus eens in te duiken.

Evolutionaire power-up

Laten we eens beginnen bij onszelf, of beter gezegd: bij ons lichaam. Games zetten namelijk allerlei fysiologische processen in gang. Sommige resultaten daarvan merk je gelijk. Zo bezorgde menig eindbaas mij bijvoorbeeld een bonzend hart en zweethandjes – symptomen die veel actiegamers zullen herkennen. Naast die merkbare effecten gebeurt er onderhuids ook het een en ander. Uit verschillende onderzoeken (zoals die van Hasan en collega’s, Gentile en collega’s en Wells en collega’s) blijkt dat stressvolle games invloed kunnen hebben op het zenuw- en hormoonstelsel. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om gewelddadige games, enge games en games die intense concentratie vereisen. 

Die effecten op het zenuw- en hormoonstelsel zijn ook wel bekend als de vecht-of-vluchtreactie. Over het precieze lichamelijke verloop van deze reactie is nog veel onduidelijk, maar men denkt dat het gedreven wordt door bepaalde hormonen zoals adrenaline. Als je een gevaar opmerkt in je omgeving, begint je lichaam deze hormonen te produceren om je overlevingskans te vergroten: je hartslag versnelt, je kunt je beter focussen en je hebt meer energie. De keerzijde daarvan is dat je minder controle hebt over je emoties en agressiever kunt worden.

Gebroken PS4-controller | Asociaal gamegedrag
Photo by Bernd Dittrich on Unsplash

Dit evolutionaire kadootje kan erg handig zijn: als je je met hand en tand moet verdedigen tegen een wild beest, kan wat extra energie en agressie geen kwaad. Het probleem is dat ons brein qua dreiging geen goed onderscheid kan maken tussen een wild beest en een stel pixels op een beeldscherm – evolutie is een erg traag proces, en we werken als gamers eigenlijk nog met lichamelijke ‘hardware’ die niet is ontwikkeld voor onze moderne, digitale wereld. Een soldaat die op je af komt rennen in Call of Duty kan dus ook als bedreiging worden ervaren en tja… in de storm aan hormonen die daarop volgt, zou zomaar een scheldwoord kunnen vallen.

Onzichtbaar en onbeschoft

Naast die lichamelijke reactie dragen ook sociale processen bij aan asociaal gamegedrag. Een belangrijke factor daarin is anonimiteit. Misschien herken je het wel: in een chat achter de computer durf je soms meer te zeggen dan in een gesprek met een willekeurige vreemdeling op straat. Sociale controle, schaamte en de angst voor mogelijke consequenties spelen nou eenmaal een belangrijke rol in hoe mensen zich gedragen.

Waarom komt asociaal gamegedrag zo vaak voor?
Photo by Clint Patterson on Unsplash

In veel multiplayer-games is die sociale controle niet of nauwelijks aanwezig. Gamers kunnen zich makkelijk verschuilen achter hun gebruikersnaam of avatar en vaak is hun identiteit niet zomaar te achterhalen. Uit veel onderzoeken (waaronder dit onderzoek van M.F. Wright) is gebleken dat dit soort anonimiteit leidt tot online disinhibition. Dat houdt in dat iemand zich ongeremd voelt, wat het waarschijnlijker maakt dat diegene asociaal gedrag vertoont. Als je anoniem bent, hoef je immers geen rekening te houden met sociale normen, hoef je je geen zorgen te maken om consequenties en kun je zeggen wat je wilt – zelfs als iemand daar aan de andere kant van de verbinding slachtoffer van wordt.

Omgekeerde moraalridders

Voelen asociale gamers zich dan niet schuldig na hun zoveelste tirade? Misschien wel, maar verschillende psychologen denken dat er bij asociaal gamegedrag moral disengagement plaatsvindt. Dit houdt in dat mensen mentaal afstand nemen of zich ‘loskoppelen’ van de morele gevolgen van hun gedrag. In andere woorden: ze proberen hun asociale gedrag goed te praten om zich minder schuldig te voelen. Beres en collega’s onderzochten dit fenomeen en concludeerden: “Asociaal gedrag wordt door sommigen gezien als een onvermijdelijk en acceptabel onderdeel van online gaming – en degenen die moral disengagement vertonen, zijn vatbaarder voor het goedpraten van dit gedrag.”

Meer weten over moral disengagement? Check dan deze TED Talk van gedragspsycholoog Kulani Abendroth-Dias.

Moral disengagement kan verschillende vormen aannemen. Zo kun je doen alsof de persoon aan de andere kant van de verbinding niet bestaat (“Ik praat gewoon tegen de avatar, niet de persoon”), eufemismen gebruiken om pestgedrag te verbergen (“Het was maar een geintje”), of jezelf vergelijken met anderen (“Wat mijn teamlid zei was nog veel erger”). Met dit soort argumenten kun je jezelf voor de gek houden, waardoor het schuldgevoel vermindert en het asociale gedrag langer in stand gehouden wordt. 

Cultuurcrisis

Over de instandhouding van asociaal gedrag gesproken: veel gamers zullen zich GamerGate nog wel herinneren. In 2014 openden boze gamers de aanval op de ‘politieke correctheid’ die in opkomst was in veel nieuwe games. Zij waren onder andere van mening dat progressieve games werden voorgetrokken in gamejournalistiek. Dat leidde tot een flinke hetze waarin feministische critici en ontwikkelaars bedolven werden onder haatbetuigingen, doodsbedreigingen, complottheorieën, wraakporno en meer. Daardoor kwam de sociale identiteit van gamers aardig ter discussie te staan.

Hoewel de GamerGate-gamers slechts een relatief kleine groep vormen binnen de gehele gamecultuur, lijken seksisme, racisme, homofobie en andere vormen van discriminatie inmiddels onlosmakelijk verbonden te zijn aan het imago van sommige online games. Vraag aan een willekeurige vrouwelijke Valorant-streamer of ze ooit seksistisch gedrag heeft ervaren in de voice-chat en je krijgt geheid een “Ja”. 

Ook uit onderzoek komt dit naar voren: dit etnografische onderzoek van G.T. Richard beschrijft een aantal voorbeelden van seksisme en racisme in games. Zo schreef deelnemer Paul bijvoorbeeld: “De meeste van mijn vrienden zijn etnische minderheden. Zwart, Puerto Ricaans, Dominicaans… Elke keer dat ik met hen speel […] worden ze het N-woord genoemd en wordt hen verteld dat ze terug naar Afrika moeten.” Omdat dit soort onderzoeken vaak berusten op anekdotes, zou je kunnen denken dat het losstaande incidenten zijn. Toch blijkt het echt verweven te zijn met de gameridentiteit.

Zo deden Kowert en collega’s in 2022 een onderzoek naar identity fusion. Dit is een psychologisch proces waarbij een individu langzaamaan de normen en overtuigingen van een groep overneemt. In hun steekproef bleek dat deelnemers die zich sterk identificeren als gamer vaker radicaal gedrag vertonen, waaronder seksisme, racisme en agressie. Daarbij spelen ook privé-factoren een rol – de onderzoekers schreven: “Extreem gedrag werd bovengemiddeld vaak goedgekeurd door spelers die zich sterk identificeren als gamer en die daarnaast eenzaam en onzeker zijn in relaties met anderen.” Het zou dus een vorm van afreageren kunnen zijn, waarbij eenzame gamers uit frustratie anderen gaan lastigvallen.

Bovendien bracht de ADL in 2020 een verslag uit over hoe extremisten, zoals nazi’s en white supremacists, zich verzamelen en uitspreken op gameplatform Steam vanwege het gebrek aan contentmoderatie. Hoewel dit wederom gaat om een uitzonderlijke minderheid, is het duidelijk dat er over het algemeen diepgewortelde asociale denkbeelden bestaan binnen de gamewereld.

Trollen om het trollen

Naast de voorgenoemde biologische, psychologische en culturele factoren is er nog iets waar we niet omheen kunnen: sommige spelers trollen ook gewoon voor de lol. Het levert leuke memes of content op en kan soms een onschuldige uitlaatklep zijn als het onder vrienden gebeurt. Dit benadrukten Cook en collega’s ook in hun onderzoek in 2018: plezier en thrill-seeking zijn belangrijke drijfveren voor trollen, en het blijkt ook aanstekelijk te zijn – mensen die getrolld worden, reageren daar regelmatig op door zelf ook te gaan trollen. 

Waarschuwingsbord met een trol erop, omgeven door natuur - Asociaal gamegedrag
Photo by Mark König on Unsplash

Zoals een van de deelnemers van het onderzoek het omschreef: “Het is bijna een soort spel? Het is het spel binnen het daadwerkelijke spel.” Soms ontstaat er zo ook een vigilante troll, een troll met een persoonlijke vendetta die met een specifiek doel te werk gaat. Het trollen gebeurt dus ook zeker niet alleen maar in het heetst van de game-strijd; soms gebeurt het met voorbedachte rade. Denk daarbij bijvoorbeeld aan mensen die al bij de start van een potje throwen (ofwel: opzettelijk verliezen) om ervoor te zorgen dat hun teamleden andere personages kiezen.

Het lastige van trollen en ander asociaal gedrag is dat iedereen eigen grenzen en eigen interpretaties heeft. Wat voor de een wordt gezien als een onschuldige grap, kan voor de ander oprecht storend of kwetsend zijn. Als laatste boodschap zou ik dus willen meegeven: zorg een beetje voor jezelf en je medespelers tijdens het gamen. En voor de trollen onder ons: wat de hormonen, psyche en haatcultuur ook doen, je eigen gedrag blijft je eigen verantwoordelijkheid.

Geschreven door

Ivo van Lemmen

Eindredacteur sinds november 2019. Ivo ziet graag het grote plaatje, of het nu gaat om hele industrieën of wie Eurovisie gaat winnen. Behalve tijdens het nakijken, want dan ziet hij juist elke foute komma.